Een netsuke (uitgesproken als nets'ke, de laatste e uitgesproken als de e in het Spaanse que) is een met de hand
gesneden gordelknoop. Deze 'knoop' kan van allerlei materialen zijn gemaakt. Het is maar net wat de maker vaak
voor handen had.
Omdat een traditionele kimono geen zakken had moest er een oplossing worden gezocht om toch persoonlijke
bezittingen mee te kunnen nemen. De vrouwen konden hun weinige attributen in hun mouwen stoppen. Bij de mannen gaf dat problemen. Ze
hadden te veel en te grote items die ze mee moesten dragen. Daarom werd alles aan koorden (himo) gehangen zodat die naast het lichaam
bungelden. De koorden werden achter de riem (obi) doorgehaald en aan de bovenkant aan een netsuke vastgemaakt die weer over de obi werd
gehangen en ervoor zorgde dat de koorden niet achter de obi door gleden.
De mannen droegen heel wat attributen met zich mee. Dat kon een eetstokjeshouder zijn (hashi-ire), of een vuursteenslag (hiuchi bukuro) om
onderweg vuur te kunnen maken. Verder was er nog de inro: een doosje dat uit verschillende inelkaar passende vakjes bestond om medicijnen,
kruiden, thee of een lakstempel in te vervoeren. Vaak waren deze in aantrekkelijke vormen en figuren gesneden. De inro werd bijelkaar
gehouden door een schuifkraal (ojime) die naar boven geschoven kon worden om de doosjes te openen en naar beneden om ze weer te sluiten.
Vaak had de drager ook een schrijfgerij (yatate) mee. Het was in die tijd de gewoonte dat welgestelden onderweg gedichten schreven over wat
ze zagen. Tot slot kon er nog een tabaksbuidel (tabakoire) en een pijpenhouder (kiserutsu) bijgevoegd worden. Al hadden de echte rijken daar
een aparte drager voor die de pijp voor zijn meester en de gasten verzorgde en aanstak.
De netsuke, inro en ojime moesten altijd perfekt op elkaar zijn afgesteld. Ze vormden als het ware een drie-eenheid. Het materiaal moest goed
bij elkaar passen. Een metalen netsuke zou nooit bij een lak inro worden gehangen. Hij zou het lak immers beschadigen. De ojime was vaak
gemaakt van bloedkoraal omdat met dacht dat deze kapot zou splijten als het in de buurt van vergif zou komen. Soms had men dus een prachtig
bewerkte inro met een foeilelijke ojime.
De voorstelling van de netsuke had een diepere betekenis. Meestal droeg de drager er een van zijn geboortejaar, b.v. het 'jaar van de aap'. Maar
het kon ook een netsuke zijn van het huidige jaar, van een heilige, beschermheer of een met een diepere betekenis zoals erotische netsuke's.
Het materiaal kon van alles zijn. Zo zal een houthakker meestal hout gebruiken, een visser zal er een van visbeen maken, maar het konden ook
hele kleine netsuke zijn, gemaakt van pruimen of kersenpitten. Wel waren er netsukesi (netsuke snijders) die alleen het fijnste en duurste
materiaal gebruikten. Dat was meestal ivoor of een dure houtsoort. Zeldzaam zijn de netsuke's die van edelsteen zijn gemaakt.
Een netsuke moet aan eisen voldoen om netsuke te mogen zijn. Ze moeten goed in een hand passen zonder scherpe uiteinden. Ze moesten in
een gesloten handpalm passen. Verder moeten er de koordgaten (himo toshi) inzitten waardoor de koorden (himo) werden gehaald. Aan het
einde hing dan b.v. de inro. Wanneer de netsuke onder de gordel was bevestigd en de attributen werden eraan gehangen, moest de netsuke in
deze positie blijven hangen en niet scheef getrokken kunnen worden. De mooie voorkant moest immers voor iedereen te zien zijn. De achterkant
was trouwen net zo mooi uitgesneden en afgewerkt.
In deze moderne tijd worden netsuke's bijna niet meer gedragen. Heel af en toe bij zeer officiële gelegenheden en soms dragen sumo-
worstelaars ze nog. Maar de netsuke is steeds meer een verzamelobject geworden dat vooral in Europa driftig verzameld wordt.
(bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Netsuke)
Website update
8 april 2011 - Nieuwe netsuke
toegevoegd.
Miniature carving
Copyright 2009 B-artistic.com